VOOR DE BIODIVERSITEIT

De dier-industrie heeft heel veel land nodig voor het verbouwen van voer voor de dieren en voor boerderijen.

Ze gebruiken ongeveer de helft van al het bewoonbare land, waardoor planten, wilde dieren en insecten niet in alle rust kunnen leven.

Om dat land te kunnen gebruiken, worden er ook veel bomen gekapt (1 - 12).

Als iedereen plantaardig zou eten, zouden we driekwart minder landbouwgrond nodig hebben, waardoor de biodiversiteit enorm zou verbeteren (2). 

Dit komt doordat de dieren die we eten eerst zelf planten moeten eten om te groeien.

Zou het dus niet logischer zijn om planten direct te eten, in plaats ze via dieren planten te consumeren en zo de biodiversiteit te verbeteren?

Voor de productie van plantaardige producten zoals tofu (±2 m²), peulvruchten (±7 m²) en noten (±8 m²) is veel minder landbouwgrond nodig dan voor dierlijke producten zoals rundvlees (±164 m²), lam (±185 m²) en kaas (±40 m²) (13).*

Onze tips voor jou.